Drie Palestijnse vrouwen wonen in een appartement in Tel Aviv. Ze proberen een balans te vinden tussen de traditionele en moderne cultuur. Laila is advocaat. Ze rookt, neemt drugs en ze heeft een vriendje. Salma is een christelijke, communistische en lesbische dj die haar seksuele voorkeur vertelt aan haar familie. Als ze terugkeert naar haar geboortestad met haar minnares, leidt dit tot problemen. Nur is de laatste van de "Arabische Meisjesclub". Ze is verlegen en maagd, met een sterke islamitische traditie. Ze ontdekt dat haar verloofde toch niet de charmante prins is waar zij op hoopte.

Op haar tiende gaat Fanny Price op het landgoed Mansfield Park leven, bij Sir Thomas, de rijke echtgenoot van haar tante. Ze raakt bevriend met Edmund, de jongere broer van Thomas. Wanneer Fanny ouder wordt trekt ze de aandacht van een buur, Henry Crawford. Edmund ziet een relatie tussen de twee wel zitten, maar Fanny vindt dat Henry zich eerst moet bewijzen.

Begin jaren 60, gedurende het Tweede Vaticaans Concilie. De jonge Cathleen gaat in de leer om haar roeping als non te volgen. Evenwel worstelt ze tegelijk met haar geloof, seksualiteit en de veranderingen die de katholieke kerk ondergaat.

Een voormalig vooraanstaande advocate heeft te kampen met een alcoholverslaving en is erdoor totaal vervreemd geraakt van haar familie. Ze wil zich, na een schorsing voor dit alcoholprobleem, rehabiliteren op haar werk en de voogdij herwinnen over haar dochter. Daarvoor moet zij het beroep van een vrouw behandelen, die ten onrechte werd veroordeeld voor moord.

Sissi en Victoria zijn zussen. Terwijl de jongere langzaam uit de wereld van de kindertijd tevoorschijn komt, probeert de oudste tevergeefs volwassen te zijn. In de kamer die ze delen, bereidt Sissi zich voor op haar gymnastiekwedstrijd en Victoria laat jongens komen en gaan.